Onze cassatieadvocaat, mr. David de Knijff, heeft op 31 juli 2026 formeel gereageerd op de conclusie van Advocaat-Generaal (A-G) Valk van de Hoge Raad. In deze reactie wordt met klem betoogd dat de Stichting Polishouders Conservatrix wel degelijk toegelaten moet worden tot de procedure en dat de rechtsbescherming van de polishouders ruimer getrokken moet worden dan de A-G adviseert.
Waar gaat het om?
In de cassatiezaak van de Stichting tegen De Nederlandsche Bank (DNB) adviseerde A-G Valk op 17 juli 2026 dat de Stichting niet toegelaten zou moeten worden. De redenering van de A-G is onder meer dat belanghebbenden die niet in de eerdere feitelijke instanties zijn verschenen, in beginsel niet voor het eerst in cassatie kunnen deelnemen, en dat de Stichting tijdens de oorspronkelijke procedure in 2017 nog niet bestond.
De kernpunten uit de reactie van onze advocaat
Onze advocaat heeft aan de Hoge Raad duidelijk gemaakt waarom dit standpunt onjuist is en de belangen van de polishouders schaadt:
- Geen eerder hoger beroep mogelijk: Voor de goedkeuringsprocedure onder de Wet op het financieel toezicht (Wft) stond van rechtswege maar één feitelijke instantie open. Polishouders en de Stichting hebben dus nooit de kans gehad om in hoger beroep op te treden.
- Gelijke behandeling bij het ontbreken van schuld: Dat de Stichting pas bij haar oprichting op 13 maart 2022 belanghebbende werd, mag geen reden zijn om haar uit te sluiten. Het feit dat de Stichting in 2017 nog niet kòn verschijnen omdat zij nog niet bestond, moet gelijkgesteld worden met de situatie waarin een belanghebbende buiten zijn schuld niet is verschenen.
- Moderne procesvoering en toegang tot de rechter: Het procesrecht beweegt steeds meer naar de-formalitisering. Het afhankelijk maken van de mate van rechtsbescherming van de gekozen rechtsingang staat op gespannen voet met het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM / artikel 47 EU-Handvest).
- Grote maatschappelijke impact en schending van eigendomsrecht: De zaak raakt de belangen van circa 10.000 polishouders. De impact van het faillissement van Conservatrix is vergelijkbaar met dat van Vie d’Or, waarin de Hoge Raad in 2006 oordeelde dat gebrekkig toezicht onrechtmatig kan zijn jegens polishouders. Het onrechtmatig handelen van de toezichthouder tast bovendien het fundamentele recht op eigendom aan.
Hoe nu verder?
Met het indienen van deze reactie is de inhoudelijke discussie over de conclusie van de A-G afgerond. De stukken liggen nu bij de Civiele Kamer van de Hoge Raad. Wij wachten het definitieve arrest van de Hoge Raad af en zullen u informeren zodra er een uitspraak is.