De Nederlandsche Bank (DNB) heeft in een formele brief gereageerd op de aansprakelijkheidsstelling van de Stichting Polishouders Conservatrix van 23 april 2026. In de reactie laat de toezichthouder weten dat zij alle aansprakelijkheid van de hand wijst.
De brief van DNB volgt op de geruchtmakende uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 5 februari 2026. De rechtbank oordeelde toen dat DNB de rechter in 2017 bewust onvolledig had geïnformeerd bij de goedkeuring van het overdrachtsplan naar Eli Global (Trier Holding B.V.).
Afwijzing van aansprakelijkheid
Vanzelfsprekend is de complete reactie van DNB op de aansprakelijkheidsstelling van de Stichting te lezen onder “Meer informatie”. De kernpunten uit de reactie van DNB zijn:
- DNB deelt de standpunten van de Stichting Polishouders Conservatrix niet en wijst aansprakelijkheid voor de geleden schade formeel van de hand.
- DNB is het fundamenteel oneens met de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van februari 2026. De toezichthouder blijft erbij dat zij destijds alle relevante en benodigde informatie aan de rechter heeft verstrekt.
- De rechtbank stelde dat er destijds minder ingrijpende alternatieven mogelijk waren geweest (zoals herverzekering via Heco Re in combinatie met een kapitaalstorting). DNB spreekt dit tegen.
- Nadat de herverzekeringsovereenkomst met de Amerikaanse partner CBL (Colorado Bankers Life Insurance Company) eind 2019 werd beëindigd door problemen bij die toezichthouder, raakte Conservatrix direct opnieuw in de financiële problemen. Dit leidde uiteindelijk in 2020 tot het onvermijdelijke faillissement.
Reactie DNB op stellingen van Stichting
In haar reactie gaat DNB deels in op de stellingen van de Stichting dat het in werkelijkheid ging om een zeer risicovolle herverzekeringsconstructie die werd betaald met de eigen middelen van de verzekeraar. DNB maakt daarbij onderscheid tussen de mislukte overnamepoging in 2015 en de uiteindelijke overname die in 2017 door de rechter werd goedgekeurd. DNB reageert hierop met de volgende argumenten:
- DNB bevestigt dat Eli Global in 2015 inderdaad een risicovolle constructie voorstond. De toezichthouder schrijft dat Eli Global toen van plan was om het grootste deel van de verplichtingen onder te brengen bij een herverzekeraar in Malta en de premies van de polishouders te gaan beleggen in private placements (onderhandse leningen) in eigen zustermaatschappijen. DNB stelt dat zij dit destijds niet in het belang van de polishouders achtte en dit aan Eli Global heeft laten weten, waarna die overeenkomst eind 2015 werd ontbonden.
- Toen Eli Global zich in januari 2017 opnieuw meldde, deden zij volgens DNB een beter voorstel dat juist tegemoetkwam aan de eerdere bezwaren. Dit plan hield in dat het kapitaal zou worden versterkt tot een solvabiliteitsratio van 135% via een kapitaalstorting van circa € 18 miljoen én een herverzekering bij de Amerikaanse herverzekeraar CBL van Greg Lindberg. Om te voorkomen dat er met de eigen middelen onverantwoorde risico’s zouden worden genomen, heeft DNB naar eigen zeggen diverse aanvullende waarborgen uit onderhandeld. Hieronder vielen de storting van onderpand bij een Amerikaanse bank, een expliciete beperking op de beleggingen van premies in private placements en een dividendstop van 10 jaar.
DNB bestrijdt op deze wijze de stelling dat zij hierin onzorgvuldig heeft gehandeld. Zij benadrukt dat het bod in 2017 voor de polishouders duidelijk beter was dan de alternatieven en dat zij vooraf uitgebreid onderzoek heeft gedaan naar de betrouwbaarheid van de partijen. Dat de herverzekering met CBL eind 2019 alsnog misliep, is volgens DNB het gevolg van onvoorziene problemen bij CBL en ingrijpen door de Amerikaanse toezichthouder aldaar.
Waar gaat DNB niet op in?
DNB gaat niet in op het gegeven dat de kapitaalstorting van circa € 18 miljoen werd betaald door de polishouders van Conservatrix in de vorm van provisie en dus een sigaar uit eigen doos was. Ook gaat men niet in op het gegeven dat de gelden van Conservatrix werden verplaatst naar Barbados naar een eveneens aan Greg Lindberg gelieerd bedrijf en dat CBL over onvoldoende middelen beschikte om de verplichtingen uit hoofde van de herverzekering te kunnen nakomen.
Deze feiten tonen aan dat de door DNB gerealiseerde garanties onvoldoende waren en dat de herverzekeringsconstructie dus veel te risicovol was. En dat er bewust zaken werd gedaan met een risicovolle tegenpartij. DNB vergeet daarbij te reflecteren dat ze zelf die afspraken heeft gemaakt en dat polishouders juist hierdoor een schade van zo’n 100 miljoen euro hebben opgelopen. En dat is nu precies de kern van onze aansprakelijkheidsstelling.
Hoe nu verder?
Hoewel de brief van DNB een harde afwijzing bevat van de juridische claims, laat de toezichthouder tegelijkertijd weten de emoties en vragen van de polishouders te begrijpen. Inhoudelijk hadden we ook niet verwacht dat DNB zich zomaar bij de aansprakelijkstelling neer zou leggen en tot compensatie richting polishouders over zou gaan. Het bestuur van de Stichting Polishouders Conservatrix beraadt zich momenteel op de inhoud van de brief en op de volgende juridische stappen die op zeker genomen zullen gaan worden.
Meer informatie:
2026-05-18 Brief DNB aan Stichting Polishouders Conservatrix afwijzing aansprakelijkheid